JUJUTSU
|
De zachte kunst
|
|
Eenvoudig gesteld: jujutsu is de zachte kunst van zelfverdediging. Dit is een eenvoudige
definitie voor een gecompliceerde kunst, doch er bestaan er andere. Als we
kijken naar de verschillende aspecten van deze kunst, dan kunnen we een meer
complete definitie geven, eentje die bruikbaarder is voor een toegewijde
student.
|
| |
|
Ten eerste: jujutsu is de oorspronkelijke kunst, d.w.z. andere kunsten zijn er uit
ontstaan. Omdat jujutsu zulk een brede geschiedenis kent was het onvermijdelijk
dat andere kunsten, of beter "wegen", zich hieruit zouden
ontwikkelen. Judo (de zachte weg) en Aikido (de weg van de goddelijke harmonie)
zijn hiervan een goed voorbeeld. Vele karate stijlen, speciaal kenpo, kunnen
hun technieken terugvolgen tot de jujutsu. Dus, naast het feit dat jujutsu de
oorspronkelijke kunst is, kan men jujutsu ook zien als een combinatie van vele
populaire martiale kunsten. Indien men een jujutsuka observeert, dan kan men
flitsen zien van de verschillende "wegen".
|
| |
|
Jujutsu is een serie of een combinatie van verschillende technieken die gescheiden
werden in verschillende andere kunsten. Waarom? Jujutsu was misschien te
complex geworden of, omdat er geen systeem bestond tot lesgeven, te moeilijk om
te leren. Zowel Kano als Ueshiba konden hun "wegen" vereenvoudigen en
er een structuur in brengen. In jujutsu zijn er misschien 30 tot 50
basistechnieken, doch het zijn de combinaties en de variaties op deze
basistechnieken die deze kunst zo complex maakt en haast onuitputtelijk wat de
mogelijke bewegingen betreft. Door deze kunst op te splitsen in drie grote
delen (nl. judo voor de worpen en het hefboomprincipe, karate voor de slagen en
de stoten, en aikido voor de zenuwpunten en het gebruik maken van de snelheid
van de aanvaller), konden aparte delen van deze kunst gemakkelijker aangeleerd
worden. Dit alles zou ook gemakkelijker te organiseren zijn en het zou beter
overleven als een systeem.
|
| |
|
Indien de "weg" eenvoudiger (relatief gezien) werd om aan te leren en te
organiseren en zich bestendigde als een systeem, dan werd deze "weg"
ook attractiever voor potentiële studenten. Bovenstaande uitleg is slechts een
mogelijke logische evolutie van de martiale kunsten en houdt geenszins een
beoordeling van de verschillende "wegen" in. Jujutsu was in verval
geraakt in het 19de eeuws Japan, een periode waarin de andere kunsten
floreerden. Jujutsu was complex. De andere martiale kunsten
waren ook complex maar gemakkelijker aan te leren omdat ze georganiseerd konden
worden en omdat hun doel gelimiteerd was. Hun groei was onvermijdelijk.
|
| |
|
Jujutsu overleefde door zich te bewegen over twee parallelle paden. Er waren leraren
die jujutsu bleven onderwijzen als een kunst, wetende dat hun studenten de
kracht van jujutsu zouden herkennen en deze kennis zouden gebruiken. Er waren
er ook die één van de "wegen" (ontstaan uit de jujutsu) bestudeerden,
hierin vaardig werden en zich realiseerden dat er iets ontbrak. Zij begonnen
een andere "weg" te bestuderen om aldus al de stukken van de puzzel
terug in elkaar te leggen. Zij brachten judo, karate en aikido terug samen in
de martiale kunst van jujutsu en verkregen een effectief systeem. Deze theorie
van de twee paden kan men herontdekken door de verschillende stijlen van
jujutsu te observeren. Ondanks de verschillende terminologie (en verschil in
volgorde van de aan te leren technieken) lijken ze allemaal op elkaar. Vele
zijn zelfs identiek op het moment dat de student het niveau van shodan
behaalt.Men kan dus gerust zeggen dat er geen verschillende stijlen jujutsu
bestaan, doch enkel de kunst van jujutsu.
|
| |
|
Jujutsu is een effectief zelfverdedigings-systeem. Indien het aangeleerd wordt als een
kunst, dan zal de student een stevige basis verkrijgen om op terug te vallen. Hij
heeft dan een aantal basistechnieken onder de knie die hij kan combineren op
een ongelimiteerde wijze. Zijn enige begrenzing is zijn kennis en inzicht van
de bewegingen, hoe en waarom ze werken. Een geoefend student kan tevens de
hoeveelheid pijn, die zijn tegenstander voelt, bepalen en controleren zonder
dat er verwondingen optreden.
|
| |
|
Jujutsu is echter ook een vorm van relaxatie in die zin dat je je op de tatami kunt
ontspannen en je 'KI' je reacties laat bepalen. Je weet immers niet wat de
aanval zal zijn en je hebt dus ook de tijd niet om erover na te denken. Je ki
zou dan je lichaamsreacties moeten controleren op een ontspannen manier en
aldus zouden de technieken vloeiend en ontspannen uitgevoerd worden. Dit niveau
vergt echter een langdurige en intensieve training.
|
 |
Het ontstaan van jujutsu
|
|
Jujutsu heeft geen duidelijk omlijnde geschiedenis zoals vele andere martiale kunsten. Het
is nochtans eenvoudiger een martiale kunst na te trekken indien ze uit slechts
één bron ontstond. Het is echter moeilijker de wortels te vinden van iets dat
de basis vormde van een kunst, zoals in dit geval jujutsu.
|
| |
|
Het beoefenen van jujutsu kan nagetrokken worden tot meer dan 2500 jaren terug. Jujutsu
(ju = zacht, jutsu = kunst) ontwikkelde zich uit verschillende individuele
scholen die, ofwel hun oorsprong hadden in Japan, ofwel hun weg vonden naar
Japan via een ander Aziatisch land. De eerste vermelding van een martiale kunst
(wu-su) dateert uit 2674 (v. C.) en situeerde zich in Huang-Di (China), het
lichaam werd hier gebruikt voor zelfverdedigingsdoeleinden. Indien men in de
Japanse legenden duikt kan men zelfs terug gaan tot de Japanse goden Kajiama en
Kadori, zij zouden deze kunst gebruikt hebben om de wetteloze inwoners van een
oosterse provincie te straffen.
|
| |
|
De eerste gedateerde vermelding van jujutsu was gedurende de periode van 772-481
v.C, gedurende deze periode (de Choon Chu eeuw van China) werden open-hand
technieken gebruikt. In 525 v.C. reisde Boddhidharma, een Zen-Boedistisch
monnik, van India naar China en bezocht het Shaolin klooster. Hij combineerde
de Chinese kempo (kenpo in Japans) met de yoga ademhaling en aldus ontstond
Shaolin chuan fa. De legende wil dat Boddhidharma dit systeem nog verder
ontwikkelde. In 230 v.C. ontwikkelde er zich een worstelsport (chikura kurabe)
in Japan waarvan sommige technieken als basis dienden voor de jujutsu.
|
| |
|
Jiujitsu, (let.: 'flexibele kunsten'), is een Japanse, voornamelijk ongewapende feodale
krijgskunst die heden in het Westen beoefend wordt als een zelfverdediging- en
vechtsport. Door de flexibiliteit van geest, lichaam en technieken, zoals ontwijken,
weren, stoten, slaan, trappen, klemmen, werpen en treffen van vitale delen, is
een fysiek zwakke beoefenaar in staat zichzelf te beschermen. Jiujitsu was een
onderdeel van het leerplan van de bushi (krijger) naast het zwaardschermen (ken
jitsu), boogschieten (kyu jitsu), stokvechten (jo-jitsu) en andere
krijgskunsten, literatuurstudie, kalligrafie, geschiedenis en ethiek, werd
beoefend in familiaire leergangen (ryu).
|
| |
|
Door invloeden van het taoïsme, zenboeddhisme, confucianisme en Chinese geneeskunde
zijn delen van Chinese krijgskunsten (wushu) in Japan terechtgekomen (o.a. qin
na, grijpen en controleren: taichi, 'het grote ultieme'. Shuai jiao,
worstelen). De oudst bekende Japanse school is de Sho Sho Ryu (8e eeuw-heden). Jiujitsu
heette toen yawara of wa jitsu 'de kunst van het vrede maken'). Deze school
werd opgericht door de Sakanoue Tamuramaro (758-811) en Fujiwara Kamatari.
|
| |
|
De belangrijkste traditionele jiujitsu-scholen zijn de al genoemde Sho Sho Ryu en
de Take Uchi Ryu, Daito Ryu en de Yagyu Shingan Ryu: er zijn nu nog 45 oude
jiujitsu-scholen in Japan. In het feodale tijdperk (1156-1868) hielden de adel,
de geestelijken en de burgers zich bezig met het ongewapende gevecht. In de
Tokugawaperiode (1615-1868) werd jiujitsu de algemene term voor de vechtkunst. In
de Meijiperiode (1868-1912) en daarna ontstonden de bu do(moderne vechtsporten,
zoals judo, aikido, karatedo, kendo), terwijl een beperkt aantal bu jitsu
(krijgskunsten) bleef bestaan in de koryu (oude scholen). Deze traditionele
scholen beoefenden de krijgskunsten, meditatie, geneeskunde, lichaamsoefeningen
en filosofie. in een speciale ruimte die men dojo noemde: 'plaats om de
levensweg te bewandelen'.
|
| |
|
Bron: Encarta '98
|